Oolong – een gedeeltelijk geoxideerde thee

Oolong thee wordt vaak omschreven als een thee die zich tussen groene en zwarte thee bevindt. Hoewel dat technisch gezien klopt, doet die beschrijving de veelzijdigheid van Oolong eigenlijk tekort. Oolong heeft een heel eigen karakter, met smaken en aroma’s die kunnen variëren van fris en bloemig tot warm, geroosterd en vol.
De basis voor die rijke diversiteit ligt in het blad zelf, de specifieke cultivar en het terroir waar de theeplant, de camelia sinensis, groeit en uiteindelijk ook in het productieproces. Na het plukken worden de theeblaadjes eerst enkele uren uitgespreid om te verwelken. Tijdens dit proces verliezen ze een deel van hun vocht en worden ze soepel. Vervolgens worden de bladeren voorzichtig geschud, gerold of gekneusd, met de hand of machinaal. Hierdoor breken de celwanden open en komen de sappen in contact met de zuurstof uit de lucht.
Op dat moment begint de oxidatie. De enzymen in het blad reageren met zuurstof, waardoor het blad geleidelijk van groen naar bruin verkleurt. Afhankelijk van de gewenste smaak laat men dit proces korter of langer doorgaan. Bij Oolong varieert de oxidatie doorgaans tussen ongeveer 20 en 80 procent. Juist die grote variatie maakt dat Oolong zoveel verschillende gezichten kent.
Wanneer het juiste oxidatieniveau bereikt is, wordt het proces stopgezet door de bladeren te verhitten. De enzymen worden hierdoor gedeactiveerd en verdere oxidatie wordt voorkomen. Daarna kunnen de bladeren nog worden gerold of gevormd volgens de gewenste stijl. Ten slotte worden ze zorgvuldig gedroogd, zodat de thee goed bewaard kan worden.
Elke stap in dit proces vraagt vakmanschap en ervaring. Samen bepalen ze het unieke karakter van de thee en zorgen ze voor de rijke, complexe smaak van Oolong.

Oolong wordt traditioneel vaak bereid volgens de Gong Fu Cha-methode. Daarbij gebruikt men meestal een gaiwan of een klein theekannetje om de thee in meerdere korte infusies te schenken. Deze manier van zetten laat toe om de verschillende lagen en nuances van de thee geleidelijk te ontdekken. Over de gaiwan lees je meer in een van de vorige blogteksten (klik hier).
Uiteraard kan Oolong ook uitstekend op westerse wijze worden bereid. Daarbij worden doorgaans minder theeblaadjes gebruikt en krijgen deze een langere trektijd. Niet alleen de dosering en trektijd verschillen, ook de gebruikte attributen zijn vaak anders.
Een glazen kan is ook heel geschikt. Het is een waar plezier om de opgerolde theeblaadjes langzaam te zien ontwaken, door het warme water te zien dansen en te zien hoe ze zich geleidelijk volledig ontvouwen.
Hieronder zet ik de traditionele Oosterse bereidingswijze en de Westerse methode overzichtelijk naast elkaar. De vermelde hoeveelheden en trektijden zijn vooral een houvast om van te vertrekken en zeker niet bindend. Thee zetten blijft immers een persoonlijke ontdekkingstocht, waarin volop ruimte is om te experimenteren.

Traditionele oosterse bereidingswijze:
Benodigde accessoires: gaiwan of klein (Yixing) kannetje, uitschenkkannetje, theekopjes, eventueel een zeefje.
Dosering: 5 g oolong thee op 100 ml water (zacht water met geringe droogrest).
Watertemperatuur: tussen 70 en 95°C.
Trektijd: ongeveer 10 seconden.
Meerdere infusies mogelijk.

Westerse bereidingswijze:
Benodigde accessoires: keramieken of glazen theekan, theekopjes, een theefilter (groot genoeg om de blaadjes de nodige ruimte te geven).
Dosering: 2 g oolong thee per 200 ml water (zacht water met geringe droogrest).
Watertemperatuur: tussen 80 en 95°C.
Trektijd: ongeveer 2 tot 3 minuten.
Meerdere infusies mogelijk.